LEESOBSERVATIES

Een weduwe van in de zeventig komt op het idee om haar eenzame nachten te delen met een mannelijke dorpsgenoot die ze aardig vindt. Als Louis, die weduwnaar is, gewend is aan het idee, zet hij een tandenborstel in de badkamer van Addie en steekt hij op steeds meer avonden over naar het huis van zijn lotgenote. Hun zielen bij nacht zijn op slag minder eenzaam. De auteur laat zien dat deze vorm van onafhankelijk gedrag niet alleen niet gewaardeerd wordt door de kleingeestige dorpsgemeenschap, maar ook niet door de familie. Bijna iedereen denkt onmiddellijk aan seks. Als de zoon van Addie relationeel en zakelijk in de problemen komt, zijn de rapen gaar. Ondanks dat haar kleinzoon beter af is onder de hoede van zijn oma en haar vriend, komt het experiment onder zware druk te staan.

Kent Haruf heeft maar 179 bladzijden nodig om je helemaal in te kapselen. Hij gebruikt nauwelijks versierende woorden en behalve de titel herinner ik me geen beeldspraak. De dialogen klinken heel levensecht en de feiten spreken voor zich. In het begin denk je: dit is een goede oplossing voor het eenzaamheidsprobleem. Gaandeweg besef je dat ongebruikelijke oplossingen meestal op weerstand stuiten.

FRAGMENT(EN)

'Hij ging naar de badkamer, trok zijn pyjama aan en legde zijn kleren opgevouwen in de hoek. Toen hij de slaapkamer binnenkwam, lag ze in haar nachtjapon in bed. Ze sloeg de dekens open, en hij ging liggen. Je hebt de vorige keer je pyjama niet hier achtergelaten. Dat was ook een reden waarom ik dacht dat je niet meer zou komen.

Ik dacht dat ik dan een eigengereide indruk zou maken. Alsof ik het vanzelfsprekend vond. We hadden elkaar nog niet eens veel verteld.

Nou, voortaan kun je je pyjama en tandenborstel hier gewoon laten liggen, zei ze.

Dat spaart in elk geval papieren zakken uit, zei hij.

Ja. Precies. Heb jij iets waar je over zou willen praten? vroeg ze. Geen urgente dingen bedoel ik. Gewoon om het gesprek op gang te brengen.

Ik heb doorgaans van alles te vragen.

Ik heb ook wel een paar vragen, zei ze. Maar wat zijn de jouwe?

Ik vroeg me af waarom je mij had uitgekozen. We kennen elkaar eigenlijk niet eens zo goed.

Dacht je dat ik maar een willekeurig iemand had gekozen? Dat ik alleen maar iemand wil om me 's nachts warm te houden? Dat het me niet uitmaakt met wie ik praat?

Dat was niet wat ik dacht. Maar ik weet niet waarom je mij hebt uitgekozen.

Had je liever gehad dat ik dat niet had gedaan?

Nee, dat is het helemaal niet. Ik ben alleen nieuwsgierig. Ik vroeg het me af.

Omdat ik denk dat je een goede man bent. Een aardige man.

Ik hoop dat ik dat ben.

Ik denk het wel. En ik heb je altijd beschouwd als iemand op wie ik gesteld zou kunnen zijn en met wie ik zou kunnen praten. Hoe dacht je over mij, als je tenminste ooit aan me hebt gedacht?'