LEESOBSERVATIES

Je kunt dit boek wel los van Italiaanse schoenen lezen, maar ik geef de voorkeur aan eerst de schoenen en daarna de laarzen. Als je die boeken achter elkaar leest, heb je een mooie read.

Mankell creëert een aantrekkelijke fictieve wereld. Dat vond ik tijdens het lezen van zijn talrijke misdaadromans ook al.  Ik vertoef graag een aantal uren in zijn wereld.

De hoofdpersoon heeft een moeizame vader-dochterrelatie. Hij getroost zich heel veel moeite om zijn kind weer in zijn spoor te krijgen. Echt wel iets van deze tijd met haar ontwrichtende echtscheidingen.

Dat Erik Wenin, de hoofdpersoon, 's nachts in de klerenkast van zijn vriendin kijkt, vind ik ongeloofwaardig. Of het zou moeten zijn, dat hij daarmee wil duidelijk maken dat ook hij, ex- chirurg, een onbetrouwbaar trekje heeft. Dat aspect speelt namelijk ook een belangrijke rol bij de vraag wie zijn huis in brand heeft gestoken.

Erik heeft eigenlijk met niemand een echt intieme relatie. Het feit dat hij alleen op een eiland woont, draagt daar wel toe bij. Hij heeft ook een wat insulair karakter.

Dat hij als man van zeventig probeert een verhouding te beginnen met een jonge journaliste, is wel begrijpelijk gezien zijn eenzaamheid, maar past toch niet echt bij een man van zijn statuur. Haar instinct daaromtrent wordt buitengewoon goed beschreven. Zij houdt hem van begin af aan behoedzaam op afstand. Vrouwen voelen wat mannen willen.

Ik heb niet gemerkt dat dit boek geschreven is door een man die ongeneeslijk ziek was. Wel merk je dat Erik moeite heeft met zijn ouderdom. Hij is zich voortdurend bewust van zijn sterfelijkheid.

Dit is een boek voor oudere mensen, voor jongeren die een scheiding hebben meegemaakt en ook voor mensen die ooit hun huis hebben zien afbranden. Hetgeen niet wegneemt, dat ook anderen van deze roman kunnen genieten. Er zit veel levenswijsheid in het boek, lekkere spanning en je geniet van de weidsheid en eenzaamheid van de Zweedse scherenkust.

FRAGMENT(EN)

'Ik knipte de lamp uit en stond op van de stoel. Tegen een van de korte wanden stond een kledingkast. Daar hingen haar kleren. Ik snoof de geur van haar kledingstukken op. Van de vloer pakte ik een paar schoenen met hoge hakken.

Terwijl ik ermee in de hand stond, hoorde ik een geluid achter me. Ik draaide me zo heftig om dat ik met mijn hoofd tegen de kastdeur bonkte. Er was echter niemand. Het geluid was maar verbeelding. Ik zette de schoenen terug, precies zoals ik ze had opgepakt, en wilde net de kastdeur dichtdoen, toen iets helemaal achterin mijn aandacht trok. Eerst zag ik niet wat het was. Misschien een Zweedse vlag in klein formaat, aan een hangertje. Toen ik hem tevoorschijn haalde, zag ik dat het een geborduurde doek was. Boven de Zweedse vlag stond 'Schweden'. Onder de vlag stond een hakenkruis, in zwart-wit tegen een rode achtergrond.'