LEESOBSERVATIES

Liefhebbers van het werk van Frans Kellendonk kunnen hun hart ophalen aan de onlangs uitgegeven brieven. Dat hij een goede schrijver was wisten we van Bouwval en Mystiek lichaam.  Kellendonk blijkt ook een epistolair talent. De brieven zijn niet alleen goed geschreven en heel informatief, ze zijn ook onthullend.

Voor een relatieve zuiderling was Kellendonk behoorlijk rechttoe rechtaan. Hij had een broertje dood aan gekonkel en gedraai. Hij benoemt het probleem en maakt duidelijk waar hij staat. Daarbij bleef hij altijd uiterst correct. De schrijver deisde er zelfs niet voor terug om iemand die zijn morele grenzen had overschreden de deur te wijzen. Hij noemt zichzelf niet voor niets een moralist. Kellendonk is een goed voorbeeld van wat de Fransen een honnĕte homme noemen.

Een kant van de schrijver die ik evenmin kende, is zijn zakelijkheid. Hij wilde loon naar arbeid en afspraak was afspraak. Conflicten hierover ging hij niet uit de weg.

Naarmate hij zich meer ontwikkelt, worden de brieven mooier. Zij winnen aan diepgang en krijgen de stilistische brille die we kennen van Mystiek lichaam. Kellendonk kon prachtig schrijven over liefde en seks. Over deze onderwerpen schreef hij vrij openhartig, waarbij kan worden opgemerkt dat zijn moralisme niet van de enghartige soort is: seks is belangrijk, maar wel met lichaam en geest. Pregnant vind ik zijn uitspraak dat verliefdheid nodig is om niet eenzaam te worden.

Overigens hield hij er een tamelijk promiscue leefstijl op na. Achteraf verbaast het me niet dat hij aids opliep. Zijn mooie leven werd in de knop gebroken. Dat hij over zijn ziekte in geen enkele brief klaagt, maakt hem tot een morele held.

Brieven kan ik niet lezen als een roman. Wekenlang heb ik mij dan ook dagelijks teruggetrokken voor mijn portie brieven. Dat uurtje brieven van Kellendonk groeide uit tot een geweldige leeservaring.

FRAGMENT(EN)

Uit een brief aan Pieter Kottman, nadat deze de verhouding met Kellendonk had beëindigd.

'.....Maar nu wil ik het hebben over een andere gefnuikte aanzet. Je hebt me niet uit laten spreken, Pieter, en daarom ga ik nu ongegeneerd door waar we in ons gesprek gebleven waren. Dat was bij het punt van religie die, zoals ik zei net voordat me zo ruw het woord ontnomen werd, tussen de mensen gemeenschap moet stichten. Daarmee stemt ook mijn persoonlijke mythologie van het woord religie overeen: het weer verbinden van wat verbroken is. We worden allemaal als scherf geboren, eenzaam, en zoeken dan een andere scherf met een omtrek die past tegen de onze. Gemeenschap begint in bed. Liefde is de praktijk van de religie en ons enige middel om het dier dat we zijn, die louter economische functie, te transcenderen en om te worden tot wezens die deelhebben aan een bovenpersoonlijke eenheid. Er is een diep verband tussen het bed en de Kerk. Paulus draagt de geliefden van Ephesus op om één vlees, één lichaam te worden, zoals ook de Kerk één lichaam is, het mystieke lichaam van Christus ( dat is precies de reden waarom er maar één ware Kerk kan bestaan). Ik ken geen andere gedachte die zo mooi en hoopvol is.....'