LEESOBSERVATIES

Volgens mijn favoriete schrijver Marcel Proust wordt een man niet verliefd op de persoonlijkheid van een vrouw, maar op zijn beeld van die persoonlijkheid. Iets vergelijkbaars gebeurt in de roman Nieuwe Finse grammatica van Diego Marani. Het boek is een bewerking van een gevonden manuscript dat geschreven is door een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal moest ook wel geredigeerd worden, want het vertoonde alle gebreken van een man die aan geheugenverlies leed. De man die het manuscript bewerkt, is de neurochirurg dokter Friari. Hij is bij uitstek de geschikte persoon om het verhaal leesbaar te maken omdat hij de schrijver ervan gekend heeft. In 1944 nam de dokter in Triest een zwaargewonde soldaat onder zijn hoede voor wie hij een spontane vriendschap opvatte. Dokter Friari is een Fin en alles wees erop dat de soldaat, die zijn spraakvermogen kwijt was, dat eveneens was. Aan de hand van zijn ervaringen met het leven van de soldaat reconstrueert de arts diens leven.

Nieuwe Finse grammatica is werkelijk een prachtig boek. Vooral voor mensen die van taal houden. Je komt vrij precies aan de weet hoe het voelt om je taal kwijt te zijn en ook hoe je iemand zonder geheugen weer met zijn taal in contact kunt brengen. Dat zijn de meest ontroerende passages uit het boek.

Je leert ook heel veel over het Fins. Voor een Germaan is het Fins sowieso een vreemde taal. Wie door Helsinki wandelt heeft taalkundig nauwelijks houvast. In dit boek wordt duidelijk hoe dat komt. Het Fins is een verhaal apart.

Aan het einde van het boek wordt duidelijk wat Marcel Proust's opvatting over verliefdheid met dit verhaal te maken heeft.

Ik ben het van harte met The Guardian eens dat dit boek 'iets heel bijzonders' is.     

 

FRAGMENT(EN)

"...'Jij wilt Fins leren dus moet je dat weten, want het Fins is een uniek en oneindig lied. Fins is een taal die alleen maar gezongen zou mogen worden, dat is zijn werkelijke vorm, zijn morfologie. Fins spréken is de prozaversie van een gedicht, en is bestemd voor barbaren, die poëzie niet kunnen begrijpen.' Hij praatte maar door, dronk, en vulde zijn glaasje. Hij tuurde erdoorheen, hield het vast als een kostbare ampul. Soms zweeg hij even, pakte mijn arm, schoof dichter naar me toe en zei dan iets, heel zacht. Sperde zijn ogen wijd open, keek om zich heen alsof hij verder probeerde te kijken dan wat er ogenschijnlijk was, alsof hij geluiden hoorde uit een wereld waarvan wij waren afgesneden en die zich net buiten onze werkelijkheid bevond. Ik begreep niet alles wat hij zei, maar ik zag dat hij blij was dat hij kon praten en dat was genoeg voor me. Dat maakte mij ook blij. 'Net als glazen vloeistof omvatten, omvatten taalvormen woorden, die anders weg zouden vloeien en zich verliezen in de stilte. De vorm van een taal heeft onvermijdelijk zijn weerslag op de spreker, modelleert zijn gezicht, zijn huis, de grond, zijn gewoontes, zijn eten. Een buitenlander die Fins leert, doet zijn eigen lichamelijke kenmerken geweld aan, verwijdert zich van zichzelf en loopt het risico zichzelf niet meer te herkennen. Zoiets gebeurt niet als hij een andere taal leert, want die is slechts een schetsmatige vertakking van de betekenis. Het Fins daarentegen is niet bedacht.' "