LEESOBSERVATIES

Wat is de fictieve wereld van Maarten 't Hart toch een heerlijk oord. Tijdens het lezen van zijn nieuwste roman De nachtstemmer begon ik zelfs te verlangen naar het stadje uit het boek en wilde ik tussen de middag ook naar Gracinha voor een soepje en een tosti. Dat komt door de stem van deze goedgehumeurde auteur, die in het boek een authentieke Hollandse sfeer oproept. 

Hoewel van huis uit katholiek, geniet ik enorm van het botte calvinisme waarmee de bewoners van het Zuid-Hollandse stadje zich te weer stellen tegen de wereld. Die botheid is 't Hart met de paplepel ingegeven door zijn vader. Hij verwerkt deze zo goed in de dialogen dat zij op je lachspieren werken. Humor heeft voor mij vaak een licht verslavende werking tijdens het lezen; in zo'n boek woon ik.

Ook is het interessant om na te denken over wijsheden die de auteur te berde brengt, zoals dat stemming bepalender is in de dagelijkse omgang dan karakter, en de muziekstukken te beluisteren die in de roman genoemd worden. Door Maarten 't Hart heb ik trouwens in de loop der jaren al heel wat mooie ( klassieke) muziek leren kennen.

Dit nieuwe boek gaat overigens over een kerkorgelstemmer uit Heiligerlee. Gabe Pottjewijd heet hij; gekke naam, maar die staan er wel meer in het boek, bijv. meneer Boetekees, dat vind ik juist leuk. En een kerkorgelstemmer, wie denkt nog aan zo'n beroep in een wereld waarin kerken horecagelegenheden zijn geworden. Maar het bestaat nog echt. Zo'n hooggespecialiseerde beroepsbeoefenaar komt overal waar het kerkorgel nog in ere wordt gehouden. 

Om zijn werk goed te kunnen doen, heeft Pottjewijd stilte nodig, Daaraan ontbreekt het helaas in het stadje, want de kerk staat in de buurt van een scheepswerf. Lezers weten sinds De nieuwe man  van Thomas Rosenboom hoe oorverdovend een scheepswerf kan klinken. Daarom neemt de toegewijde stemmer zijn toevlucht tot de nacht. Vandaar de mooie titel. 

Omdat Pottjewijd voor het stemmen van zijn orgel halsbrekende toeren moet uithalen, heeft hij een secondant nodig. Dat wordt Lanna, een uiterst merkwaardig meisje met een zuiver muzikaal gehoor. Behalve dat hij door dit werk terecht komt in een eenkennige, calvinistische gemeenschap, die sterk doet denken aan de geboorteplaats van de auteur, komt hij door die secondant in contact met een mooie weduwe, de import-Braziliaanse Gracinha, moeder van Lanna. Door de relatie met Gracinha maakt hij in het stadje een dynamiek los die zich vrijwel onmiddellijk tegen hem keert.

Als 't Hart over liefde schrijft, is het altijd interessant. Hij heeft meer dan eens gezegd, dat hij vroeger gemakkelijk verliefd werd, maar dat het nooit wat werd. Misschien kunnen mensen met deze ervaring juist goed over de liefde vertellen. De omstandigheden dwingen hen tot nadenken. 

Je hoort lezers wel beweren dat 't Hart zo doorzeurt over geloofskwesties. Dat onderwerp komt in de roman ook uitgebreid aan bod, maar niet op een zeurtoon, eerder onderhoudend. 

Ik suggereerde al dat de relatie met de mooie weduwe repercussies oproept in de gemeenschap. Hij wordt gevolgd, in het water gegooid en zelfs in de kerk krijgt hij er op een akelige, ongrijpbare manier mee te maken. Het is dan ook een heldendaad dat hij 's nachts aan het werk gaat, want intimidatie in een nachtelijke kerk lijkt me doodeng. 

Ik vind deze roman heel goed geschreven. Mooi Nederlands, goed gedoseerd- qua wetenswaardigheden en een geloofwaardiger verhaal dan we gewend zijn van deze schrijver, behalve dat werken in een nachtelijke kerk. Je maakt mij niet wijs dat je zoiets doet als je overdag al bang bent.

FRAGMENT(EN)