LEESOBSERVATIES

Omdat de uitverkiezing van Kollaard als winnaar van de Libris Literatuurprijs mij bevreemdde, wilde ik het boek meteen lezen.

Een etmaal trok ik op met een 'blijmoedig melancholische, alleenstaande man, Henk, die van mening is dat we allemaal...in verhalen zijn ondergedompeld.' Op de IC-afdeling, waar hij werkt, liggen ook allemaal verhalen; die mensen zijn in ieder geval meer dan spul, meer dan materie.'

In het verhaal van Henk speelt de hond Schurk een hoofdrol. De tijd die we met Henk doorbrengen, staat voor een deel in het teken van de ziekte van Schurk. De hond is niet in orde. 'De hartspier is verzwakt. Het bloed wordt niet meer voldoende rondgepompt. Dat geeft klachten die met medicijnen kunnen worden bestreden, maar het hart kan niet meer herstellen, dus uiteindelijk ...' Schurk heeft hartfalen.

Ik deed ook boodschappen met Henk. Dat was een hele belevenis. In de kaaswinkel kon hij zich nauwelijks beheersen en toen hij een boek voor zijn jarige nichtje wilde kopen, raakte hij met zijn inwendige boekenkast in gesprek. Wat er in die boekwinkel allemaal door hem heen ging.....Had hij het nu over mij? Want al dat gelees door de jaren heen, blijft natuurlijk niet zonder gevolgen. Een geveinsd leven? Escapisme? '...vernietiging van de eigen persoonlijkheid?' Gelukkig kwam hij met een goede oplossing. 

Henk was uitgenodigd door zijn broer om te komen barbecueën in verband met de verjaardag van zijn nichtje. Deze broer zit ook weer in een Henk-verhaal, want zijn broer is hem ontglipt. Het contact is verwaterd.

Maar in het Henk-verhaal over zijn broer zit ook de nicht die jarig is en voor wie hij dat boek heeft gekocht; met de dochter van zijn broer heeft hij juist heel goed contact.

Zoals Henk een beetje op Kees de jongen lijkt, zo begon ik me gaandeweg het boek een beetje Henk de man te voelen. Schrijver Sander Kollaard heeft met deze Henk een fantastisch hoofdpersonage gecreëerd. Als Henk filosofeert, denk je: dit is een man met mooi innerlijk behang. Dat vond Mia ook. Dat is de vrouw op wie hij op zijn 56ste nog verliefd wordt en die niet alleen op Patty Smith lijkt, maar zelfs een tikkeltje mooier is dan zij.

Toen Mia Henk in de bus observeerde terwijl hij naar die jongens in een boot keek, zag ze hoe intens hij van het tafereel genoot - van de vrolijke waaghalzerij, die hele schittering van zon en water, en dansende roeiboot en blond haar. Ze ontdekte een morele component in zijn manier van kijken. Hij zag iets, zag ze, wat op een wezenlijke manier goed was. De levenslust van die jongens was voor Henk niet louter zin hebben in het leven, maar iets essentiëlers, een nieuwe gedaante van de aloude levensadem, vitaliteit, levensdrift, amor fati, Lebensbejahung - kijk, de begrippen buitelen opeens over elkaar heen, alsof ze zichzelf proberen te verbeelden. Levenslust als moreel beginsel. Dat laat zich bij Henk goed voorstellen.

FRAGMENT(EN)

De hond is niet in orde. Schurk volgt hem, zoals altijd, maar het is niet van harte. Zo nu en dan blijft hij staan, hijgend, de lusteloze tong uit de zijkant van zijn bek, min of meer verwijtend.
'Kom, jochie!'
Hij probeert opgewekt te klinken, maar hoort zijn eigen ongerustheid, Schurk is niet in orde. Hij herkent het dier niet. Niet echt. De hond heeft iets van een vreemdeling. Omgekeerd heeft hij de indruk dat hij voor Schurk een vreemdeling is geworden. De vanzelfsprekendheid waarmee het dier normaal gesproken op hem reageert en naar hem kijkt en altijd lijkt te weten waar hij is en wat hij wil, is weg. De wederzijdse vervreemding verraadt wat er werkelijk aan de hand is: Schurk is ziek. Hij is niet oud en moe, niet benauwd vanwege de warmte, hij heeft niets verkeerds gegeten, nee, hij is ziek. Dat is wat ziekte doet: het verjaagt ons uit de normale verhoudingen en reduceert ons aldus tot vreemdelingen. Het vernietigt de vanzelfsprekendheid van wie en wat we zijn. Het beschadigt de intimiteit